Terug Terug

Zen en de kwaliteit van het schrijverschap

Onlangs had ik een bijzonder gesprek met een redacteur. We hadden het over het begrip kwaliteit in schrijverschap. Ik vertelde haar dat ik soms met verwondering kijk naar de ontwikkelingen in het boekenvak. Op dit moment is het bijvoorbeeld bon ton om onderscheid te maken tussen ‘kwaliteitsuitgevers’ versus ‘andere uitgeefinitiatieven’ of ‘kwaliteitsauteurs’ en auteurs van, ja van wat eigenlijk? Of misschien was het altijd al bon ton om een onderscheid te maken op basis van kwaliteit, maar valt het mij de laatste maanden wat meer op. Want wat is dat dan, die kwaliteit? En nog interessanter: wie bepaalt dat? En: hoe past dat in de netwerksamenleving die aan het ontstaan is?

Je zou kunnen stellen dat in dat het denken in auteurs van verschillende kwaliteiten past in het oude ‘piramidedenken’. In dat piramidedenken staan in de top een klein aantal auteurs. Die auteurs worden bejubeld door literaire critici en zijn door hen van het stempel ‘kwaliteit’ voorzien. Op de tweede rij van de piramide staan de auteurs die met succes uitgegeven zijn. Hier wordt de mate van kwaliteit bepaald door de statuur en reputatie van de uitgeverij waar de auteur aan verbonden is. Ook de mate van commercieel succes speelt mee in de kwaliteitsbeoordeling. De onderkant van de piramide wordt gevormd door iedereen die wel eens een manuscript geschreven heeft en dat – ondanks alle inspanningen – niet uitgegeven krijgt.

In het netwerkdenken maakt dit paradigma plaats voor een samenleving waarin geen winnaars en verliezers meer zijn, maar mensen met unieke talenten die elkaar onderling versterken, ondersteunen en inspireren; die weten dat de samenleving hen als vitaal onderdeel van het geheel nodig heeft, omdat zonder hen het geheel eenvoudigweg niet compleet is; niet optimaal werkzaam is. Wat hiervoor nodig is, is dat ieder mens, de zekerheid mag hebben dat hij of zij er toe doet. Dat zonder jouw inbreng of aanwezigheid het plaatje niet compleet is.

Als ik dit netwerkdenken vertaal naar uitgeefwereld, dan is er dus voor iedereen die vanuit zijn of haar unieke talent een manuscript geschreven heeft, ruimte om dit manuscript onder de aandacht te brengen aan een publiek. Dan gaat het niet meer om het creëren van een bestseller – of een positief bekritiseerd boek- maar om een manuscript te brengen naar het juiste potentieel en daarna onder de aandacht te krijgen van het juiste publiek. In dit netwerkdenken heeft de nieuwste roman van Arnon Grunberg dus net zoveel kwaliteit als de memoires van mijn buurvrouw.

Betekent dit dat iedereen evenveel schrijftalent heeft? Welnee, dat betekent het niet. Ik weet niet of ik nu heel veel illusies verstoor, maar een groot aantal boeken die staan in de managementboek toptien is geschreven door ghostwriters. Romans zijn vrijwel altijd door een redacteur bewerkt, ontdaan van (complete) hoofdstukken of paragrafen, zinnen zijn veranderd en verschoven. Het aantal boeken waarvan de tekst exact hetzelfde is gebleven als hoe de auteur het manuscript heeft ingeleverd, schat ik op nul. In de oude piramide was het legioen aan schrijfcoaches, redacteuren, ghostwriters en persklaarmakers dat een manuscript naar een hoger niveau tilt alleen toegankelijk voor auteurs die aan de smaak van de betreffende uitgever voldeden. In het huidige netwerktijdperk is een groot deel van dit legioen gaan freelancen en is dus voor een veel groter aantal auteurs beschikbaar.

Ooit ben ik het boekenvak begonnen als het hulpje van de boekhandelaar. Iedere dag reed ik met de trein naar ‘mijn’ boekwinkel en onderweg las ik Zen en de kunst van het motoronderhoud van Robert Pirsig. Volgens deze auteur heeft iets kwaliteit als je je ergens ‘met hart in ziel in verliest’. Volgens deze definitie wordt de kwaliteit van een boek dus bepaald door de mate waarin de auteur zijn hart en ziel in een boek laat zien. En de mate waarin de uitgever, de ghostwriter, de redacteur, de vormgever, de drukker, de publiciteitsmedewerker deze bezieling zo zuiver mogelijk tot uiting weten te brengen. En is dat niet wat een lezer bedoelt als hij zegt: ‘dat boek heeft mij geraakt’ of ‘dat boek spreekt mij aan’? Dat hij iets voelt van wat het hart en de ziel van de auteur proberen te zeggen?

Kwaliteit wordt naar mijn mening dus niet meer bepaald door een externe bron- de criticus, de status van de uitgeverij – maar door een interne bron: heb ik mijn hart en ziel voldoende en zo zuiver mogelijk laten zien? Overigens denk ik niet dat bereiken van kwaliteit hiermee eenvoudiger wordt, in tegendeel zou ik zeggen. Maar wel interessanter. Veel interessanter.

Stella de Jager
uitgever